De
stichter van Hotel Rits, Abraham Rits, maakte zijn fortuin in de 19de
eeuw met de import van koloniale waren. Hiermee kocht hij in 1879
een sjiek Amsterdams grachtenpand.
Daar stond het Hotel dan ook totdat de familie in 1984 het pand moest
verkopen in verband met de schulden van achterkleinzoon Joachim Rits.
Het hotel bracht veel op, omdat het op een mooie plaats in Amsterdam
lag en nog in originele 19e-eeuwse staat verkeerde. Maar het zwarte
schaap der familie joeg ook de volledige opbrengst van het pand erdoor
met gokken, drinken en de betaalde liefde. De zaak werd voortgezet
door zijn enige nazaat, Elsbeth Rits. Een strenge oude vrijster die
er angstvallig voor waakt, dat de zaak weer afglijdt.
|
Bij
gebrek aan een eigen pand en nog zuchtend onder de schuldenlast
die haar vader naliet, maakte zij de doorstart in de vorm van een
reizend hotel met verplaatsbare retirade (tegenwoordig ook wel mobiele
toiletgroep genoemd). Dit alles met de ambiance, allure en standing
die zij passend acht bij een klasse-naam als Rits. Het concept bleek
een enorm succes in binnen- en buitenland en het hotel loopt als
nooit tevoren. Mevrouw Elsbeth zorgt daar dan ook met harde hand
voor. Zij heeft niet zo veel op met gezelligheid, als de zaken maar
goed gaan. Gelukkig denkt haar personeel er anders over en door
hen worden de gasten- desnoods in het geniep - op warme en huiselijke
wijze verzorgd en vertroeteld.
|